De Tuinstadgedachte – architectuurlezing door Floris Weekhout

Let op!
Dit is een activiteit van De Kunstkring Haaksbergen, kaartjes voor deze activiteit  kunnen alleen aan de deur worden gekocht.

Overal ter wereld vinden we tuinsteden, –dorpen en wijken die gebaseerd zijn op de tuinstadgedachte. Alleen al Nederland telt er enkele honderden. Sinds het einde van de negentiende eeuw, en zelfs dáárvoor al, vormden deze groene oases een antwoord op de slechte woonomstandigheden in overbevolkte steden. De tuinstadgedachte werd op veel verschillende manieren geïnterpreteerd en kreeg ook veel verschillende gestaltes, maar aan de basis lag wonen in het groen met een sterke visie op de gebouwde omgeving, een sterke betrokkenheid van de gemeenschap en verschillende coöperatieve vormen van beheer van grond, huis en/of gedeelde faciliteiten.
Een belangrijke figuur in het aanzwengelen van de tuinstadgedachte was de Engelse sociaal hervormer Ebenezer Howard. Hij verwoordde de tuinstad in zijn boek Garden Cities of To-morrow (1902) als een huwelijk tussen de stad en het platteland, waarin de tuinstad een versmelting was van het beste van de twee werelden. Naast zijn invloedrijke boek richtte hij ook de Town and Country Planning Association op, een grote tuinsteden-vereniging met veel prominente leden.
Samen met andere wereldwijde initiatieven, zoals de Deutsche Gartenstadt-Gesellschaft, promootten deze verenigingen hun ideeën over tuinsteden waardoor we hun ideeën overal ter wereld terugvinden.
Een van de grootste tuinsteden in Nederland is Hilversum, waar gemeentelijk architect W.M. Dudok de stad transformeerde tot een samenhangende tuinstad. In Amsterdam vinden we de tuinstadgedachte onder andere in de vele hofjes die de stad rijk is. Het Zaanhof, gelegen naast Het Schip, is al jaren een prachtige en groene oase in de stad. Amsterdam kent ook echte tuindorpen zoals Betondorp in Watergraafsmeer en meerdere dorpen in Amsterdam-Noord, waarbij in Tuindorp Oostzaan veel Amsterdamse School-architectuur te zien is. Denk daarnaast ook aan de Westelijke Tuinsteden die zijn gebaseerd op het Algemeen Uitbreidingsplan (1935) van architect en stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren. Voor de Twentenaren zijn vooral het Hengelose tuindorp Het Lansink en het Enschedese Pathmos voorbeelden van deze stroming in de architectuur. Tegenwoordig is de tuinstadgedachte actueler dan ooit omdat deze gedachte wereldwijd blijft terugkomen in de ontwikkeling van de ecologische en sociaal-duurzame stad. Bijvoorbeeld de oprichting van nieuwe wooncoöperaties waarin wordt nagedacht over nieuwe vormen van gemeenschappelijk wonen maar ook de urgentie van ons stedelijke groen en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s in de volkshuisvesting.

Floris Weekhout is architectuurhistoricus en is sinds een aantal jaren verbonden aan Amsterdamse School Museum Het Schip. Dit is een museum in Amsterdam-West, gevestigd in het huizenblok met dezelfde naam. Het museum is gewijd aan de Amsterdamse School. Het gebouw, ontworpen door architect Michel de Klerk, wordt beschouwd als een vooraanstaand voorbeeld van deze bouwstijl.

NOG MEER KUNSTKRING?